
“Het is goed om je opleiding af en toe echt onder de loep te nemen.”
Voor opleidingsinstituut NONONS is coaching geen trucje, maar een vak dat je serieus leert. Het trainingsinstituut biedt verschillende coachopleidingen en leiderschapstrainingen waarin praktijk, reflectie en persoonlijke ontwikkeling centraal staan. Maarten Gulickx speelt daarin een belangrijke rol. Als product owner van onder meer de Coach Intensive en de loopbaancoachopleiding houdt hij zich bezig met de inhoud van de opleidingen, certificering en supervisie. Daarnaast staat hij zelf veel voor groepen en begeleidt hij coaches in opleiding.
Binnen NONONS zijn verschillende coachopleidingen geaccrediteerd volgens de EQA-standaard van de EMCC (European Mentoring and Coaching Council) via NOBCO. Het gaat om de Coach Basics, de Coach Intensive en de Coach Expert, die samen de ontwikkeling van coaches ondersteunen van foundation-niveau tot senior practitioner. Dit jaar ontvingen deze opleidingen voor de vierde keer de EQA-accreditatie.
Praktische waarde én inhoudelijke scherpte
Volgens Gulickx heeft de accreditatie een duidelijke praktische waarde.
“Voor mensen die een coachopleiding willen volgen, biedt een accreditatie houvast. Het fungeert als kwaliteitskeurmerk. Potentiële deelnemers zien dat een opleiding voldoet aan internationale standaarden, en dat helpt bij hun keuze.”
Maar de waarde van accreditatie zit volgens hem niet alleen in zichtbaarheid of erkenning. Het proces dwingt opleiders ook om kritisch naar hun eigen programma te kijken.
“Doordat je allerlei onderdelen moet aanleveren en onderbouwen, stel je jezelf automatisch de vraag: klopt het inhoudelijk nog? Past het nog bij onze visie op coaching? Dat houdt je scherp.”
Het vertalen van een eigen opleidingsvisie naar internationale accreditatie-eisen kan soms zoeken zijn.
“Je wilt je eigen identiteit als opleidingsinstituut behouden, terwijl je tegelijkertijd moet voldoen aan bepaalde standaarden. Hoe je dat met elkaar verbindt, is soms echt een puzzel.”
Toch levert het volgens hem uiteindelijk altijd iets op. Zo heeft NONONS de eindreflectie van de opleiding inmiddels volledig gekoppeld aan de acht competenties van EMCC.
“Daardoor ontstaat er meer diepgang in de reflectie van deelnemers. Uiteindelijk zorgt dat ook weer voor extra inhoudelijke stevigheid in de opleiding.”
Intensiever én daardoor waardevoller
Voor deelnemers betekent een EQA-geaccrediteerde opleiding dat er vaak meer van hen gevraagd wordt. Niet zozeer in het aantal lesdagen, maar vooral in de mate van reflectie en verdieping.
Deelnemers gaan echt de diepte in: wat moet je kunnen om een goede coach te worden? Ze oefenen veel, maar reflecteren ook continu op hun eigen ontwikkeling, zowel tijdens als na de opleiding. Dat maakt de opleiding intensief, merkt Gulickx.
“Soms leidt het ook tot zuchten en puffen, want het is best veel wat je moet aanleveren.” Een belangrijk voordeel is dat deelnemers na afloop al een grote stap hebben gezet richting professionele certificering.
“Als je bij ons een EQA-geaccrediteerde opleiding afrondt, heb je de kwalitatieve eis voor certificering eigenlijk al behaald. Daarna moet je nog steeds coachuren opbouwen, supervisie volgen en ervaring aantonen. Maar het traject naar certificering wordt wel een stuk overzichtelijker.”
Accreditatie als spiegel
Volgens Gulickx heeft het accreditatieproces ook invloed op de organisatie zelf.
“Eens in de zoveel tijd je opleiding echt onder de loep nemen is altijd waardevol. In de waan van de dag schiet dat er soms bij in.” Het proces kost tijd en energie, geeft hij toe.
“Vooraf denk je soms: we doen het toch al goed? Maar achteraf ben je altijd blij dat je het hebt gedaan.” Daarnaast vindt hij het belangrijk dat opleidingsinstituten zich laten toetsen. “Het laat zien dat je je niet alleen zelf beoordeelt, maar dat je voldoet aan internationale standaarden. Als deelnemer zou ik dat ook willen weten.”
Samen zoeken naar oplossingen
In het accreditatieproces werkte Gulickx nauw samen met NOBCO, onder andere met Els. Die samenwerking ervaart hij als prettig en constructief.
“Wat ik fijn vond, is dat het echt een samenwerking was. Als wij ergens tegenaan liepen of iets onpraktisch vonden, konden we dat bespreken. Dan werd er samen gekeken naar hoe we het konden oplossen.” Soms leidde dat zelfs tot aanpassingen in regels of interpretaties. Zo bleek bijvoorbeeld dat deelnemers bij kortere opleidingen moeite konden hebben om binnen de gestelde termijn aan alle certificeringseisen te voldoen. “Dat soort signalen werden serieus genomen. Er werd echt geluisterd en gekeken hoe het beter kon.” Die open houding waardeert hij. “Wij werken vanuit de praktijk en lopen tegen dingen aan waar beleidsmakers misschien niet meteen aan denken. Het is prettig als daar ruimte voor is.”
Advies aan andere opleiders
Aan andere opleidingsinstituten die overwegen een accreditatie aan te vragen, heeft Gulickx een duidelijke boodschap.
“Het is heel waardevol om je opleidingen af en toe extern te laten toetsen. Hoe goed je ook bent, er kunnen altijd blinde vlekken ontstaan.” Volgens hem kan een accreditatie twee dingen opleveren. “In het beste geval krijg je de bevestiging dat je het gewoon goed doet. In een ander geval ontdek je waar je nog kunt verbeteren. Beide zijn waardevol.” Tot slot heeft hij nog een praktische tip voor andere opleiders.
“Wees proactief. Als iets niet duidelijk is, neem contact op. Bel of mail. Zoek elkaar op. Dat maakt het proces uiteindelijk voor iedereen makkelijker.”
